De Wet van Murphy stelt: Anything that can go wrong will go wrong. Ofwel: als er iets mis kàn gaan, dan zal dat ook zeker gebeuren. Zou het dan niet mooi zijn als er een mechanisme bestond, dat van tevoren zaken die mis kunnen gaan al probeert te uit te sluiten? Zo’n mechanisme bestaat: het wordt aangeduid met het Japanse begrip ‘Poka-yoke’.
Poka-yoke werd begin jaren 60 van de vorige eeuw ontwikkeld door een ingenieur van Toyota, Shigeo Shingo. In eerste instantie werd Poka-yoke geïntroduceerd als Baka-yoke. Baka-yoke betekent in feite ‘iets foolproof maken’. Omdat een dergelijke aanduiding (fool) als beledigend werd ervaren, werd het omgedoopt naar Poka-yoke.
Foutloos
Poka-yoke of ‘iets mistake-proof maken’ houdt in dat je een proces dusdanig inricht, dat je de kans dat er fouten gemaakt worden minimaliseert. Poka-yoke maakt deel uit van het bredere concept Zero Quality Control. Door Poka-yoke-technieken toe te passen om fouten te corrigeren en ‘broncontrole’ toe te passen om fouten al bij voorbaat uit te sluiten, zou je moeten kunnen voldoen aan een kwaliteitsstandaard waarbij fouten simpelweg niet meer voorkomen. Daar waar Poka-yoke wordt toegepast zijn minder vaardigheden vereist en kan er (kosten-) efficiënter en veiliger worden gewerkt.
Poka-yoke wordt niet alleen toegepast in industriële omgevingen, ook in het ontwerp van allerlei min of meer alledaagse zaken wordt van het concept gebruik gemaakt: denk aan het hoekje van een simkaartje. Dat hoekje is eraf gehaald zodat je dat kaartje er maar op één manier in kunt steken. Ander voorbeeld: een usb-stekkertje kan door zijn vorm niet verkeerd ingestoken worden. Ook in het ontwerp van (grafische) interfaces kan het concept worden ingezet om fouten te voorkomen.
Meer over Poka-yoke en Shigeo Shingo: